Bilderdijkstraat

Bilderdijkstraat

Iets voetstoots aannemen. Terwijl Twitter leegloopt op de abdicatie en een oranje rookbom het journaalbeeld vult, heb ik voetstoots aangenomen dat het ontroerend was, de balkonscène. Ook in 1980 stond ik niet op de Dam en zat ik niet voor de tv. Toen had ik er geen, of althans: niet een die werkte.

Daarentegen hoorde ik wel helikopters cirkelen boven mijn hoofd. Ik woonde vlakbij het pand Tetterode aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Ik nam voetstoots aan dat het toen ging om bewaking, iets met beveiliging. Totdat ik geschreeuw en gejoel en veel lawaai hoorde. Mijn kat sprong meteen door het open raam naar binnen vanaf het platje en kroop onder mijn bed. Dat was het signaal om naar buiten te gaan.

Ik stapte het platje op en zag een helikopter die mij in de gaten leek te houden. Ik nam niet voetstoots aan dat deze daar voor mij hing. Ik vroeg me wel af of er nog handel werd gedreven op deze Koninginnedag. Het voelde alsof dat niet zo zou zijn. Maar ja, ik had nog wel wat spulletjes nodig voor mijn zolderkamertje. Nieuwe lampjes bijvoorbeeld.

Ik denderde de trappen af. Buiten was er veel volk op de been in de doorgaans rustige straat. Het was een uur of half twaalf. Ik wilde naar de Elandsgracht lopen, maar zag verderop rook hangen en mensen die naar de Bilderdijkstraat renden. Ik was 19 en wilde graag weten waarom mensen op een feestelijke dag, gekleed in zwarte leren jasjes, sommigen met hanenkammen, plotseling hun cool waren verloren.

Vlak bij de Bilderdijkstraat zag ik een stel agenten te paard, die vanaf de Overtoom waren opgetrokken naar de menigte voor het pand Tetterode. Eén paard steigerde omdat er een man op hem kwam afgerend met een wapperend doek. Uit de nieuwbouwramen hingen punks en skinheads en hippies, die schreeuwden, joelden en een gekleurd laken (oranje?) ophingen met de tekst: Geen woning, geen kroning.

Ik nam voetstoots aan dat er nog meer geweld zou losbarsten.

Rechtsomkeert en sneller dan anders terug naar huis. Onderweg twijfel. Moet ik wel naar huis of moet ik meedoen aan de protesten? Maar die arme paarden… Ik had stenen zien liggen. Daar ga ik niet naar staan kijken. Aan de andere kant: zou het zo gevoeld hebben voor mijn ouders toen ze in Rotterdam de gevolgen van het bombardement meemaakten? Ik kan toch gewoon gaan kijken?

Levensdrift weerhield mij ervan, en angst natuurlijk. In plaats van naar huis had ik behoefte aan het feest, aan de vrolijkheid. Ik dacht aan die keer dat ik samen met mijn moeder en zus de stad in liep op Koninginnedag en mijn moeder had zien dansen waar er gezellig live muziek werd gemaakt. Swingend trokken we door de straten. Dit was wel heel wat anders!

‘Iets voetstoots aannemen’ betekent dat je iets meteen gelooft en verder niet onderzoekt of je gedachten kloppen. Vroeger werd bij het handel drijven door een handelaar tegen de goederen, uitgestald op de grond, getikt met zijn voet, ten teken dat hij de hele partij kocht. Zonder de controleren of er misschien ondeugdelijke waren tussen zaten. Waarmee het gezegde ook iets negatiefs krijgt, dat je te goedgelovig bent.

Dat gold niet voor mij op 30 april 1980.

Bron: Scheurkalender Onze Taal, www.onzetaal.nl

Lees verder

20130115-075849.jpgTsja, de volgende stap is aangebroken. Mijn oude website werd best goed gevonden. Op hoogtijdagen scoorde ik 1500 hits per nieuwe post. Nu moet ik een nieuwe doelgroep van volgers en fans aanboren. Zo rap gaat dat niet natuurlijk. Want ik heb nu veel meer concullega’s dan in 2006, toen ik begon. De weblogs van professionals in het geschreven woord zijn overvloedig, als de glazen dakpannen op deze foto.

Let wel: dit is geen smeekbede om me te gaan volgen. Mijn doel is niet om veel volgers te krijgen, maar om informatie te geven over mijn vak, om mijn ervaringen te delen, om leuke contacten op te doen, om eens intelligente ‘chats’ te hebben met andere professionals. En om mijn eigenv erhalen te vertellen.

Momenteel ben ik helemaal ‘into storytelling’. Op 19 april zat ik bij de conferentie Verhalende Journalistiek en het was de eerste keer dat ik op een congres alle presentaties geboeid heb gevolgd. Nadat de vijf narratieve sleutelbegrippen waren geïntroduceerd, werd ik overspoeld met verrassende geluiden, publicaties en beelden. Ieder sleutelbegrip had een eigen spreker, in het Engels. Geen vragen over uitdrukkingen of beeldspraak, ik begreep alles. Alsof ik thuis kwam.

Mijn vader kwam ook even langs, in gedachten dan. Want die ging er even voor zitten om zijn verhaal te vertellen. Zelfs voor een terloopse John O’Mill-grap of een kwinkslag met een quote uit het Frans nam hij de tijd. Daar moest ik aan denken toen door Francesca Panetta werd uitgelegd hoeveel tijd het kostte om zo’n mooie multiplatform-productie te realiseren. Omdat ik mezelf vaak te weinig tijd gun mijn verhaal te vertellen.

En mijn moeder zat op mijn andere schouder, omdat ze zo graag wil dat haar familieverhaal wordt verteld. Ze leeft nog, dus er is nog tijd om haar verhaal op de een of andere manier op te tekenen. Dat sluit dan weer mooi aan bij wat ik heb geleerd tijdens de workshop Familieverhalen schrijven. Mijn vraag voor die dag was: hoe neem je afstand van jezelf (omdat jij ook deel uitmaakt van die familie)? Aan het eind realiseerde ik me dat ik allang weet hoe ik afstand van mezelf moet nemen.

Dat doe ik al mijn leven lang. Omdat ik al mijn leven lang bezig ben naar verhalen te luisteren van anderen. Door een goede vriend ben ik gevraagd om onze levensverhalen te combineren tot één en te onderzoeken of we dat te boek kunnen stellen. Ik voel me vereerd én ik ben enthousiast. Want zo krijg ik de kans om een verhaal compleet te vertellen, om alle af- en overwegingen te beschrijven en te doen wat ik het liefste doe: een verhaal vertellen, op papier.

Lees verder

loslatenSinds vandaag is mijn oude website niet meer. Zoals John Cleese zei tegen dierenwinkeleigenaar Michael Palin: “I know a dead parrot when I see one and I’m looking at it right now.”

Detekstschrijver.nl is nu rustende van bijna 8 jaar hard werken. Daarmee ben ik los van mijn oude bedrijfsplan en de activiteiten die ik onder die naam ondernam. De URL heb ik nog wel, dat blijft ook nog wel even zo. Why change a winning team?

Binnenkort verstuur ik mijn eerste nieuwsbrief. Wil je die ontvangen? Meld je daarvoor aan links onderaan de pagina.

 

Lees verder

Er was een workshop Familieverhalen schrijven, waar ik onderstaand verslag over schreef voor Tekstnet.

Er was een boeiende workshop Familieverhalen schrijven
door filosoof en schrijver Tanny Dobbelaar, bijgestaan door Lilian de Bruijn, redacteur bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG).

Er was een voorstelronde waarin men nog wat aarzelend de plannen voor een familieverhaal ontvouwde. Veel mensen bleken nieuwsgierig naar hoe je dat nou aanpakt, hoe je jezelf gemotiveerd houdt, hoe je omgaat met je eigen rol in je familiegeschiedenis. Een aantal historici had al eens wetenschappelijk verantwoorde werken gepubliceerd en hun vingers jeukten om hun eigen stem te laten horen.

Er was een eerste opdracht om een mindmap te maken met je hoofdpersoon in het midden en jij er bij in jouw relatie tot die hoofdpersoon. Voor een aantal was dat best lastig, omdat ze als hoofdpersoon een voorouder hadden gekozen van wie ze alleen de naam wisten. Toch bleek later dat ze heel wat te melden hadden over de geschiedenis van die persoon. Tanny legde uit dat, als je ieder jaar trouw iedere dag iets schrijft, al is het maar voor 5 minuten, dat er na een half jaar vanzelf iets boven komt drijven.

Er was de aanschaf van het boek en de belofte het verslag spoedig te maken. Belofte ingelost. Inspiratie gewonnen. Opzet van mijn vaders verhaal zo goed als ‘in the pocket’. Blij.

Er was sidekick Lilian van het CBG, dat in het gebouw van het Nationaal Archief zit. Zij geeft onder andere workshops aan genealogen: hoe verwerk je al dat in het archief verzamelde materiaal, welke weg bewandel je daarvoor. Een van haar adviezen aan de genealogen luidt: vertrek vanuit jezelf, want daar begint je familiegeschiedenis. En ons gaf ze de goede raad van Gerard Reve door: “Echt gebeurd is geen excuus.” Een verhaal is pas interessant als je jezelf erin stopt, geen opsomming van feiten.

Er was een regelmatig terugkerend voorlezen van citaten van allerlei bekende en minder bekende auteurs, die de stoute schoenen aantrokken om hun familiegeschiedenis op te schrijven. De citaten staan in het boek van Tanny, ‘Familieverhalen – De kunst van het schrijven over je naasten’. De meeste besproken boeken staan onderaan.

Er was een emotie en een inzicht toen ik bevestigd kreeg dat ik op de goede weg ben met het verhaal van mijn vader. Archiefonderzoek heb ik gedaan, het internet heb ik al afgestroopt naar tijdsbeelden (vooral YouTube bleek een overvloedig beschikbare leverancier), de vragen aan zijn memoires heb ik allang uitgewerkt. En het thema dat ook mijzelf raakt had ik al bedacht. Maar vrouw die ik ben was ik natuurlijk veel te onzeker om daarvan uit te durven gaan.

Er was een driftig schrijven op basis van de vijf opdrachten. De laatste opdracht voorzag ons van de vorm waarin ik dit verslag heb geschreven. Met dank aan ‘Koerikoeloem’ van Tjitske Jansen.

Er was opdracht vier om uit sprookje, ode, brief, detective, dagboek, tweets, reisverhaal, reportage en Dag uit het Leven drie genres te kiezen waarin je over de hoofdpersoon iets mocht schrijven. Een losse flard, een fragment, een paar zinnen waarvoor je de eerder vastgestelde, tastbare feiten kon gebruiken. Mijn buurvrouw kon vanwege een ernstig RSI-probleem niet schrijven. Zij onthield het. Knap.

Er was een opsomming van drie valkuilen. De eerste is dat de ‘ik’ in je verhaal te onpersoonlijk wordt, een alwetende verteller zoals in de boeken van Dickens. Blijf je te feitelijk, dan verhaal je als een camera wat je hebt geregistreerd. Oninteressant. De tweede valkuil is die van te particulier blijven. Sommige zaken zijn alleen relevant voor jezelf of je familie. Dat levert evenmin een boeiend verhaal. Alleen leesbaar voor OSM. Wat wel boeit zijn zo verhalend mogelijk vertelde familieanekdotes of een verzonnen dialoog zoals die zou kunnen hebben geklonken. En de derde is de valkuil van de rechtvaardiging, dat je bij voorbaat jezelf vergoelijkt. Eendimensionaal, alleen jezelf een podium geven.

Er was een hele enthousiaste deelnemer (ik zei de gek) die meteen Tanny’s boek kocht en thuis een berg aantekeningen doorzocht op bruikbaarheid. Het kleine vlammetje is weer gaan groeien, mijn vingers jeuken. Het zou toch fijn zijn alleen hier mee bezig te kunnen zijn…

Vanwege privacyrechten plaats ik de fotocollage er niet bij. 

Lees verder

Al heel lang draag ik geen horloge meer. Te vaak had ik ’s avonds striemen in mijn pols van het bandje dat steeds strakker ging zitten. Of bleek de band geen RVS-metaal te zijn maar zat er nikkel in. Of was het toch niet zo waterproof als de Thaise verkoper in Bangkok beweerde… Wil ik nu weten hoe laat het is, dan kijk ik op mijn iPhone.

Sinds ik horlogeloos ben, lijkt het wel of de tijd sneller gaat. Een werkdag van acht uur vind ik nu kort. Het verrast me iedere keer weer als ik zie in mijn Paymo dat ik er alweer tien uur op heb zitten. Of aan het eind van de week een werkweek van 50 uur heb gemaakt.

Tijd is betrekkelijk, het is een concept tussen je oren. Tussen mijn oren zitten er niet genoeg uren in een dag om alles te doen wat ik wil. Toen ik nog een horloge droeg, moest ik de wijzers weleens dwingen om te verschuiven, zo traag verliep het allemaal. Schiet eens op zeg, ik heb nog meer te doen!

Vanmiddag ga ik naar een workshop Familieverhalen vertellen, via Tekstnet. Dan kijken we terug in de tijd, want ons is gevraagd een foto mee te nemen over wie we willen schrijven. In mijn hoofd ben ik terug in de tijd als ik naar familiefoto’s kijk. Vooral als ik die foto’s zelf heb gemaakt.

Tijd verglijdt, wie schrijft die blijft. De kracht van familieverhalen zit hem in het stilzetten van de tijd, voor ieder lid van de familie. Van sommige tijd wil je niet dat die verglijdt, daarvan wil je dat de situatie, je gevoel, met je meegaat de eeuwigheid in. Lastig mee omgaan, het concept tijd.

 

Lees verder